Henri Heussen over huidblootstelling tijdens OEESC 2026
Bij het werken met gevaarlijke stoffen gaat veel aandacht uit naar blootstelling via inademing. Blootstelling via de huid blijft daarbij nog regelmatig onderbelicht. Terwijl sommige stoffen niet alleen huidirritatie of allergieën kunnen veroorzaken, maar ook via de huid het lichaam kunnen binnendringen. Tijdens OEESC 2026 in Manchester deelde onze collega Henri Heussen zijn kennis over het beoordelen en beheersen van huidblootstelling.
Op woensdag 16 september sprak Henri Heussen, PhD, Principal Scientist / Consultant bij Stoffenmanager®, tijdens de Occupational and Environmental Exposure of Skin to Chemicals Conference (OEESC 2026) in Manchester. Tijdens de sessie over modellering presenteerde hij een stapsgewijze aanpak voor het beoordelen van huidblootstelling in de arbopraktijk.
Huidblootstelling blijft achter bij inhalatieblootstelling
Dat blootstelling via de huid minder aandacht krijgt, is volgens Henri niet nieuw. Het vakgebied loopt al langere tijd achter op de beoordeling van inhalatieblootstelling.
Dat heeft verschillende oorzaken. Huidblootstelling is complex: een medewerker kan rechtstreeks in contact komen met een stof, een verontreinigd oppervlak aanraken of worden blootgesteld doordat aerosolen op de huid of kleding terechtkomen.
Daarnaast zijn er stoffen die via de huid het lichaam kunnen binnendringen. Henri noemt het voorbeeld van bepaalde oplosmiddelen. Wanneer een vluchtig oplosmiddel wordt vervangen door een stof die minder snel verdampt, kan de blootstelling via inhalatie afnemen. Dat betekent echter niet automatisch dat het totale blootstellingsrisico is verdwenen. De vervangende stof kan bijvoorbeeld gemakkelijker via de huid worden opgenomen.
Het is daarom belangrijk om bij het beoordelen van blootstelling niet alleen naar de luchtwegen te kijken.
Waarom is huidblootstelling beoordelen zo ingewikkeld?
Voor inhalatieblootstelling bestaan al lange tijd methoden om concentraties in de lucht te meten en te beoordelen. Bij huidblootstelling is dat minder eenduidig.
Er bestaan verschillende methodieken om huidblootstelling te beoordelen, variërend van visualisatietechnieken, biologische monitoring en kwalitatieve en (semi)kwantitatieve modellen.
Kwantitatieve methoden kennen momenteel een beperkte toepassing in de arbopraktijk. Meetmethoden zijn niet volledig geharmoniseerd en er ontbreken (arbo)grenswaarden (slechts voor REACH) waarmee gemeten huidblootstelling eenvoudig kan worden vergeleken. Bovendien is er weinig aandacht voor beheersmaatregelen om huidblootstelling te reduceren.
Dat maakt de vraag ‘Hoe hoog is de huidblootstelling?’ in de praktijk ingewikkelder dan deze op het eerste gezicht lijkt.
Eerst beheersen, dan verder verdiepen
Tijdens OEESC pleitte Henri daarom voor een praktische, stapsgewijze gecombineerde aanpak: kwalitatieve beoordelingen worden ondersteund door schattingen uit tier-1- en tier-2-modellen. Na het schatten van de blootstelling kunnen de modeluitkomsten worden gebruikt om beheersmaatregelen te implementeren. Het inzetten van biologische monitoring en, waar mogelijk, het meten van huidblootstelling vormt de laatste stap in deze aanpak. En, benadrukt Henri: vergeet ook goede huidverzorging niet.
Een nieuwe internationale standaard voor huidblootstelling
Een belangrijke ontwikkeling binnen het vakgebied is ISO 13977-1:2026 – Workplace air – Assessment of dermal exposure – Part 1: Framework for dermal exposure assessment.
De standaard biedt een internationaal raamwerk voor het beoordelen van huidblootstelling. Dat is volgens Henri een belangrijke stap. Landen en deskundigen hebben hiermee een gezamenlijk uitgangspunt voor de manier waarop huidblootstelling kan worden beoordeeld.
Ook Stoffenmanager® wordt binnen dit kader genoemd als een van de beschikbare modellen en tools voor het beoordelen van huidblootstelling. Voor Henri is vooral belangrijk dat er meer structuur ontstaat binnen een vakgebied waarin methoden en beoordelingen lange tijd sterk uiteenliepen.
Kennis delen én kennis ophalen
OEESC bracht onderzoekers, arbeidshygiënisten, beleidsmakers, autoriteiten en experts uit de industrie samen rond één centraal onderwerp: blootstelling van de huid aan chemische stoffen.
Voor Stoffenmanager® was deelname aan OEESC niet alleen een gelegenheid om kennis te delen, maar ook om nieuwe inzichten op te doen en ervaringen uit te wisselen met internationale experts uit het vakgebied.
Door aanwezig te zijn bij dit soort internationale congressen blijven we op de hoogte van wetenschappelijke ontwikkelingen en blijven we betrokken bij de discussie over hoe huidblootstelling in de praktijk beter kan worden beoordeeld en beheerst.
Zo brengen we wetenschap en praktijk dichter bij elkaar, met als uiteindelijk doel een veilige en gezonde werkplek voor iedereen.